Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
.
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.Tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van opzetheling van een gestolen schilderij in de periode van 15 januari 2009 tot en met januari 2010. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring, stellende dat verdachte bewust het risico aanvaardde dat het schilderij gestolen was, mede gezien haar kennis van provenance en de wijze van aankoop. De verdediging betoogde dat niet kon worden bewezen dat verdachte wist of bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het schilderij van diefstal afkomstig was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet wist dat het schilderij gestolen was en dat er geen bewijsmiddelen waren die aantonen dat zij bewust het risico heeft aanvaard. Verdachte fungeerde als bemiddelaar tussen koper en verkoper, had geen core-business in dure kunst, en handelde op basis van vertrouwen in een contact van haar vader. Er was geen bewijs van wetenschap zoals e-mails, verdachte overdrachten of getuigenverklaringen. De rechtbank vond dat verdachte wel onvoorzichtig was geweest door geen onderzoek te doen naar de herkomst, maar dit is onvoldoende voor opzetheling.
Daarnaast verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk voor een deel van de tenlastelegging wegens verjaring. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van opzetheling van het gestolen schilderij wegens ontbreken van wetenschap of bewuste aanvaarding van het risico.