Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een snelheidsovertreding op de ringweg A10 te Amsterdam waarbij hij de maximumsnelheid met 85 km/u overschreed. Hij betoogde dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als zelfstandig timmerman en dat de inhouding leidt tot ernstige financiële problemen.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave vanwege de ernst van de overtreding en het algemeen belang van verkeersveiligheid, stellende dat een onvoorwaardelijke ontzegging waarschijnlijk is en de inhouding daarom moet voortduren tot ten minste 6 maart 2020.
De rechtbank oordeelde dat de inhouding op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig was, maar dat gezien de persoonlijke omstandigheden en het feit dat klager niet eerder is veroordeeld, de kans groot is dat een ontzegging korter zal zijn dan de inhoudingstermijn. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en werd de teruggave van het rijbewijs bevolen.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De rechtbank beveelt teruggave van het rijbewijs aan klager ondanks de snelheidsovertreding.