Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- de vordering van de officier van justitie van 10 januari 2020;
- het v.i.-advies van 11 december 2019;
- het aanvullende v.i.-advies van 3 januari 2020;
2.Procesgang
3.De inhoud van vordering
4.De beoordeling
strafbaarstelling of het sanctierechten uitdrukkelijk
nietvoor wijzigingen ten aanzien van de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf. Het is dan ook de vraag of een verlenging van de proeftijd van de v.i. moet worden geïnterpreteerd als een wijziging in de strafbaarstelling of het sanctierecht, of als een wijziging ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf.
niette verlengen. De veroordeelde zou nog wel baat kunnen hebben bij een behandeling en het contact in relationele situaties liep wellicht niet vlekkeloos, maar dit maakte volgens de reclassering op dat moment niet dat de proeftijd van de v.i. zou moeten worden verlengd.
5.Beslissing
wijst de vordering tot verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling af.
20 februari 2020.