De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 februari 2020 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Aachen. De verdachte werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een strafbaar feit opgenomen in de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW).
De identiteit van de verdachte werd vastgesteld en bevestigd. De rechtbank stelde vast dat de dubbele strafbaarheidstoets achterwege kon blijven omdat het EAB betrekking had op een feit dat voorkomt op de bijlage 1 van de OLW. De Duitse autoriteiten gaven een garantie dat bij een veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten, wat door de rechtbank als voldoende werd beoordeeld.
De verdediging voerde enkele verweren aan, waaronder opmerkingen over de schorsing van de overleveringsdetentie, maar deze werden door de rechtbank niet inhoudelijk behandeld omdat zij daarvoor niet bevoegd is. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat er geen weigeringsgronden zijn, waardoor de overlevering wordt toegestaan.
Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De beslissing werd uitgesproken door de rechtbank Amsterdam op 3 maart 2020.