Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
11 februari 2020.
2.Tenlastelegging
6 juni 2019, is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
[medeverdachte 1]) en één vrouw stond achter de kinderwagen (welke later werd herkend als
[medeverdachte 2]). [medeverdachte 2] droeg een donkere jas, een blauwe muts met een witte bol en zalmkleurige schoenen. [medeverdachte 1] liep achter de kinderwagen, droeg een grijze trui en een doek over haar hoofd. De kinderen die daarbij aanwezig waren werden later herkend als de tweeling [naam 1] en [naam 2] geboren op [geboortedatum 1] . [medeverdachte 1] bukte en bewoog haar hand onder de kinderwagen in de richting van de tas van [benadeelde partij] en haalde daar iets uit. Direct hierna liepen de vrouwen en kinderen weg.
[verdachte]liep ten tijde van de diefstal voorbij samen met [naam 3] en [naam 4] (de rechtbank begrijpt, onder verwijzing naar proces-verbaal 2019057273-38 van 12 april 2019, dat met [naam 3] wordt bedoeld [naam 3] , geboren op [geboortedatum 2] en dat met [naam 4] wordt bedoeld [naam 4] , geboren op 21 juni 2005). [verdachte] droeg een zwart/wit gestreepte trui.
[medeverdachte 2] op dat moment pal tegen de man aan ging lopen en haar hand tegen de rechter voorbroekzak van de man hield en voelde of er iets in deze zak zat. [medeverdachte 2] en [verdachte] verlieten daarop beide de winkel zonder iets te hebben afgerekend.
[verdachte] en de omgeving van ongeveer 5 meter afstand scherp in de gaten hield.
en [naam 4]). Haar man is genaamd [naam 5] . De man van [medeverdachte 2] is genaamd [naam 6] . [medeverdachte 1] is de moeder van de kinderen [naam 3] en de baby [naam 7] (
en [naam 8]). Haar man is genaamd [naam 9] . [naam 6] is een neef van [medeverdachte 1] .
[medeverdachte 1] ) op 19 maart 2019 meerdere diefstallen heeft gepleegd, zoals die in feit 2 ten laste zijn gelegd, te weten de diefstal van een portemonnee, een zak chips, een jas, een T-shirt en een vissershoedje.
[medeverdachte 2] , terwijl [naam 7] het kindje van [medeverdachte 1] bleek te zijn. [verdachte] heeft in eerste instantie verklaard dat zij drie kinderen heeft. Later bleek dat zij nog een vierde kind heeft genaamd [naam 4] . De rechtbank stelt verder vast dat verdachten wisselende verklaringen hebben afgelegd over de reden dat zij in Amsterdam waren, de samenstelling van het gezelschap en waar zij daarvoor zijn geweest. De verdachten hebben uiteindelijk verklaard dat zij vanuit Nice in Frankrijk, naar Geneve in Zwitserland zijn gegaan en dat zij vervolgens naar Amsterdam zijn gekomen.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
[naam 1] en [naam 2] ,
de jas aan laten doen en
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.De vordering van de benadeelde partij
€ 200,00en 50,00 Britse pond (zijnde
€ 60,02) toe, omdat deze vordering voldoende is onderbouwd.
€ 24,00) toe, omdat deze vordering voldoende is onderbouwd.
€ 20,97. Voor de Amsterdam City Card wordt een bedrag toegewezen van 48,75 Britse pond (de helft van 97,50 Britse pond), zijnde
€ 58,50.
€ 189,43toegewezen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, te weten op 19 maart 2019. Verdachte wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
[verdachte], daarvoor strafbaar.
8 (acht) maanden.
[benadeelde partij]toe tot een bedrag van € 189,43 (zegge honderdnegenentachtig euro en drieënveertig cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 19 maart 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen.