De politierechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 29 januari 2020 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de veroordeelde bezwaar maakte tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om vervangende hechtenis toe te passen wegens het niet verrichten van een opgelegde taakstraf.
De veroordeelde was door de politierechter op 3 juli 2019 veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, met een vervangende hechtenis van 30 dagen als sanctie bij niet-naleving. Het vonnis was onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie besloot op 28 november 2019 om de vervangende hechtenis toe te passen, waarna de veroordeelde hiertegen bezwaar maakte.
De veroordeelde gaf aan dat zij meerdere malen had gevraagd om de taakstraf over te zetten naar een locatie dichter bij haar woonplaats, maar dat zij geen verdere correspondentie van de reclassering ontving, waardoor zij niet met de taakstraf was begonnen. Zij verzocht om een laatste kans om de taakstraf alsnog te verrichten, mede omdat zij sinds juni 2019 verblijft in een beschermde woonvorm en werkt aan haar persoonlijke doelen.
De officier van justitie steunde het verzoek om de veroordeelde een laatste kans te geven. De politierechter concludeerde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en dat aannemelijk was geworden dat de veroordeelde de taakstraf alsnog naar behoren zou verrichten. Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd bepaald dat de taakstraf van 60 uur binnen vier maanden voltooid moet worden.