ECLI:NL:RBAMS:2020:1012

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
AMS 20/770
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbStatuten NVM artikel 79
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen uitspraak Centrale Raad van Toezicht NVM

Eiseres diende een klacht in tegen een makelaarsbedrijf, welke door de Raad van Toezicht West ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde eiseres hoger beroep in bij de Centrale Raad van Toezicht, die het beroep verwierp. Eiseres richtte zich vervolgens tot de bestuursrechter met beroep tegen deze uitspraak.

De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid en oordeelde dat de Centrale Raad van Toezicht NVM geen bestuursorgaan is, omdat deze niet bij wet is ingesteld maar door de NVM zelf, een private vereniging, en het tuchtrecht geheel buiten de overheid tot stand is gekomen. Hierdoor valt de uitspraak niet onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en sloot het onderzoek zonder zitting. Er werd geen griffierecht geheven en geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de Centrale Raad van Toezicht NVM.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/770

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , wonende te Amsterdam, eiseres,

en
de Centrale Raad van Toezicht van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van makelaars o.g. en taxateurs in onroerende goederen NVM u.a.,
(hierna: de Centrale Raad van Toezicht), verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 31 januari 2020 een beroepschrift van eiseres ontvangen, gericht tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Toezicht van 6 december 2019 (de bestreden uitspraak).

Overwegingen

Wat is er aan het beroep voorafgegaan?
1. Eiseres heeft op 22 maart 2018 een klacht ingediend tegen een [bedrijf] gevestigd in [plaats] . De Raad van Toezicht West heeft op 30 oktober 2018 de klacht ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft eiseres hoger beroep ingesteld. De voorzitter van de Centrale Raad van Toezicht heeft eiseres bij uitspraak van 21 december 2018 in overweging gegeven het hoger beroep in te trekken. Eiseres heeft het hoger beroep niet ingetrokken. Bij de bestreden uitspraak heeft verweerder het hoger beroep verworpen.
Wettelijk kader
2. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is. [1]
3. In de wet is bepaald, voor zover hier van toepassing, dat onder een bestuursorgaan wordt verstaan:
a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
Niet als bestuursorgaan worden onder andere aangemerkt onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast. [2]
4. Onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. [3]
5. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. [4]
Beoordeling
6. De bestuursrechter van de rechtbank moet in de eerste plaats onderzoeken of zij bevoegd is van het onderhavige beroep kennis te nemen.
7.1
Het beroep van eiseres is gericht tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Toezicht. Dit is een onafhankelijk, door het Algemeen Bestuur van de Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM, ingesteld orgaan dat met tuchtrechtspraak in hoger beroep is belast. De rechtbank is niet gebleken dat de Centrale Raad van Toezicht bij wet is ingesteld. De tuchtrechtspraak bij de NVM en de organisatie van de tuchtrechtspraak is gebaseerd op de Statuten NVM. [5] Het Reglement Tuchtrechtspraak NVM, waarin de werkwijze van de tuchtrechtspraak nader is uitgewerkt, vindt haar grondslag in de Statuten NVM. [6] De tuchtrechtspraak van de NVM is alleen van toepassing op leden van de NVM. [7]
7.2
Op grond van het voorgaande wordt vastgesteld dat het tuchtrecht van de NVM geheel buiten de overheid tot stand is gekomen. Tuchtrechtspraak dat geheel buiten de overheid tot stand is gekomen valt buiten de Awb. [8]
8. De Centrale Raad van Toezicht kan dus niet als een bestuursorgaan worden aangemerkt.
9. Dit betekent dat de bestuursrechter niet bevoegd is om van het beroep van eiseres kennis te nemen.
10. Van eiseres is geen griffierecht geheven. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2020
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B

Voetnoten

1.artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.artikel 1:1 van Pro de Awb
3.artikel 1:3 van Pro de Awb
4.artikel 8:1 van Pro de Awb
5.de artikelen 79 tot en met 82 van de Statuten NVM
6.op artikel 82 van Pro de Statuten NVM
7.artikel 79, eerste lid, van de Statuten NVM
8.zie de toelichting in Awb T&C, 10e druk, bij artikel 1:1, tweede lid, van de Awb, aantekening 5c