De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 oktober 2019 een verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België, gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 16 augustus 2019. De opgeëiste persoon, met Chileense nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal volgens Belgisch recht.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze. De strafbare feiten zijn opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet (OLW), waardoor het onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven. Hoewel het EAB betrekking heeft op feiten die geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied zijn gepleegd, waardoor artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW overlevering in principe zou weigeren, heeft de officier van justitie met succes een beroep gedaan op artikel 13, tweede lid, OLW om van deze weigeringsgrond af te zien.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering aan België vanuit het oogpunt van een goede rechtsbedeling passend is. Er waren geen andere weigeringsgronden en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.