Uitspraak
proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Proces-verbaal van comparitie, gehouden op 4 december 2019
[gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Amsterdam
De bewindvoerster van een onderbewindgestelde vordert terugbetaling van diverse bedragen die door de gedaagden onrechtmatig aan het vermogen van de onderbewindgestelde zijn onttrokken, waaronder pintransacties, creditcardbetalingen, bankoverschrijvingen, betalingen aan derden, en contante opnames bij verschillende banken. Tevens wordt teruggave van sieraden gevorderd.
De gedaagden verschijnen niet of voeren onvoldoende verweer. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een gezamenlijk gepleegde onrechtmatige daad, waardoor hoofdelijk aansprakelijkheid bestaat. De vordering tot teruggave van een platina ring wordt toegewezen, terwijl de vordering tot teruggave van een hanger wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bezit.
De rechtbank veroordeelt de gedaagden tot betaling van ruim 3,3 miljoen euro, inclusief wettelijke rente, en tot teruggave van de ring, met een gemaximeerde dwangsom bij niet-naleving. Daarnaast worden zij veroordeeld in beslagkosten en proceskosten. De reconventionele vordering van een gedaagde tot opheffing van beslag wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagden tot terugbetaling van ruim 3,3 miljoen euro, teruggave van een platina ring en betaling van proceskosten.