Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, werkzaam als sloper, viel in februari 2016 uit wegens spataderen en kortademigheid en ontving 104 weken ziekengeld. Na een WIA-aanvraag in november 2017 stelde het UWV vast dat eiser beperkt was voor zware fysieke arbeid en passend werk kon verrichten, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,76%. Eiser voerde aan dat zijn cardiologische klachten, waaronder angina pectoris en hartklepafwijkingen, een urenbeperking rechtvaardigden.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde op basis van medische informatie en een nieuwe Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) dat de beperkingen van eiser adequaat waren vastgesteld en dat een urenbeperking niet nodig was. De arbeidsdeskundige bevestigde dat passend werk beschikbaar was binnen de beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit deugdelijk had gemotiveerd, rekening houdend met de medische gegevens, en dat de standaard 'Duurbelasting in Arbeid' niet leidde tot een andere conclusie. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een loongerelateerde WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.