ECLI:NL:RBAMS:2019:9295
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing omgevingsvergunning voor acht lichtmasten in strijd met bestemmingsplan Elzenhagen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van acht lichtmasten op een perceel in Elzenhagen, waarbij de hoogte van de lichtmasten hoger is dan toegestaan in het bestemmingsplan. Eisers, waaronder een bewonersvereniging, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank beperkt haar toetsing tot de omgevingsvergunning voor de lichtmasten en sluit andere aspecten zoals de verplaatsing van de atletiekbaan, het oprichten van een clubhuis, het verdwijnen van een fietspad en het kappen van bomen uit het geding.
De rechtbank oordeelt dat deze overige activiteiten geen onlosmakelijke activiteiten zijn in de zin van de Wabo en daarom niet samen met de vergunning voor de lichtmasten beoordeeld kunnen worden. De aanvraag voor de lichtmasten is ingediend voordat het ontwerpbestemmingsplan Elzenhagen Zuid ter inzage lag, waardoor geen aanhoudingsplicht voor het college gold. Ook is geen spoedeisend belang vereist voor de aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat de lichtmasten op gronden met de bestemming 'Sport' worden geplaatst en dat alleen de hoogte in strijd is met het bestemmingsplan. Het college heeft een ruimtelijke onderbouwing gegeven voor de afwijking van de bouwhoogte, waarbij is aangegeven dat hogere lichtmasten minder lichthinder veroorzaken. Eisers hebben hiertegen geen bezwaar gemaakt. De rechtbank concludeert dat het college in redelijkheid tot vergunningverlening heeft kunnen besluiten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor acht lichtmasten wordt ongegrond verklaard.