Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2019:9284

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
13 december 2019
Zaaknummer
13/751783-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 310 SrArt. 311 SrArt. 70 Wet personenvervoer 2000Art. 2 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel Duitsland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 november 2019 de vordering van de officier van justitie tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Schwerin op 5 augustus 2019.

De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld; hij bevestigde zijn Tunesische nationaliteit en de juistheid van zijn persoonsgegevens. Het EAB betrof een arrestatiebevel van 31 mei 2019 en richt zich op strafrechtelijke onderzoeken wegens vermoedelijke strafbare feiten volgens Duits recht.

De rechtbank beoordeelde de strafbaarheid van de feiten naar Nederlands recht en concludeerde dat er sprake is van mishandeling, meerdere diefstallen, overtreding van de Wet personenvervoer 2000 en diefstal gepleegd door meerdere personen. Tevens werd vastgesteld dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn.

Op grond hiervan besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751783-19
RK nummer: 19/5693
Datum uitspraak: 26 november 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 oktober 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 augustus 2019 door het
Amtsgericht Schwerin(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 1992,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland;
gedetineerd in [plaats detentie],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 november 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Arabische (Tunesische) taal.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tunesische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel, te weten een arrestatiebevel van 31 mei 2019 van het
Amtsgericht Schwerin(referentie: 38 Ds 343/19).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
1.
mishandeling;
2.
diefstal;
3.
diefstal;
4.
diefstal;
5.
niet naleving van het bepaalde bij artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000;
6.
diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 300, 310 en 311 Wetboek van Strafrecht, artikel 70 Wet Pro personenvervoer 2000 en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Schwerin(Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, rechters,
in tegenwoordigheid van N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 26 november 2019.
De oudste rechter is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.