Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
[slachtoffer]vordert € 10.965,- aan materiële schadevergoeding en € 4.500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
€ 2.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
4 (vier) maanden.
2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
[slachtoffer]toe tot
€ 2.000,-(tweeduizend euro) (immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 maart 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 2.000,-(tweeduizend euro) (immateriële schade) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 maart 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van
30 (dertig) dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.