ECLI:NL:RBAMS:2019:9122
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onjuiste tenlastelegging in pluimveezaak
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte wegens het vermeende overtreden van het pluimveerecht door het houden van meer leghennen dan toegestaan in 2016 op het bedrijf van verdachte.
Tijdens de terechtzitting bleek dat de tenlastelegging onjuist was opgesteld; de gegevens waren per abuis overgenomen uit een andere strafzaak die niet op verdachte van toepassing was. De officier van justitie verzocht om wijziging van de tenlastelegging om deze in overeenstemming te brengen met het feit dat het Openbaar Ministerie verdachte daadwerkelijk verwijt.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat de wijziging zou leiden tot een andere tenlastelegging die niet meer hetzelfde feit betrof, wat strijdig is met artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het tenlastegelegde feit niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische kamer van de rechtbank Amsterdam op 26 november 2019. De voorzitter en twee rechters waren bij de uitspraak aanwezig, waarbij één rechter niet in staat was het vonnis te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het niet bewezen zijn van het tenlastegelegde feit.