Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
2.
op 3 maart 2019 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan het [adres slachtoffer 2] heeft weggenomen
toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 7] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
3.
op 28 februari 2019 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, een horloge (merk Rolex), dat toebehoort aan [naam 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam 3] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen
€ 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 300,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 2.500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
10. Ten aanzien van het beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren en 5 (vijf) maanden.
€ 17.858,50(zeventienduizend achthonderd achtenvijftig euro en vijftig eurocent), bestaande uit een bedrag van € 17.358,50 aan materiële schade en een bedrag van € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 17.858,50(zeventienduizend achthonderd achtenvijftig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
124 dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
€ 550,-(vijfhonderd vijftig euro), bestaande uit een bedrag van € 250,- aan materiële schade en een bedrag van € 300,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 550,-(vijfhonderd vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
11 dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.