Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Ik heb een kindje gezien waarmee ik mijzelf herken. Ik heb haar gezien en ik herken haar. (…)Ik pak je vast en je komt niet meer weg. Maar het was een klein kind, dus dat kon ik ook niet aandoen, ik heb het toen losgelaten”. De rechtbank ziet hierin voldoende steun voor de verklaring van aangeefster en acht daarmee eveneens het vastpakken van het kind bewezen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de maatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
terbeschikkingstellingvan verdachte en beveelt dat zij van
overheidswegewordt verpleegd.