ECLI:NL:RBAMS:2019:8226
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplichtigheid aan handel in harddrugs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan de handel in grote hoeveelheden cocaïne en heroïne in de periode van november 2018 tot maart 2019. Verdachte zou haar woning beschikbaar hebben gesteld aan medeverdachten en drugskoeriers voor het plegen van drugshandel.
Tijdens het onderzoek werden onder meer telefoontaps en observaties ingezet. Zo bleek dat medeverdachte 2 regelmatig in de woning van verdachte verbleef en beweerde dat hij haar maandelijks betaalde voor het gebruik van de woning. Verdachte ontkende echter kennis te hebben gehad van de drugsactiviteiten en ontkende betrokkenheid.
De rechtbank stelde vast dat hoewel de woning werd gebruikt voor drugshandel en verdachte medeverdachte 2 in haar woning liet verblijven, er onvoldoende bewijs was dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat haar woning voor drugshandel werd gebruikt. Er werden geen drugs of aan drugshandel gerelateerde voorwerpen in de woning aangetroffen en de verklaringen waren tegenstrijdig.
Op grond hiervan oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij van medeplichtigheid aan handel in harddrugs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplichtigheid aan handel in harddrugs.