Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
mr. R.A. Kloos, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.G.M.C. Peters, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
zwaarwegende redenenwanneer het onderzoeksbelang tijdelijke geheimhouding van het DNA-onderzoek vergt. Op basis van feiten en omstandigheden moet dan duidelijk zijn dat de dader van een ernstig misdrijf binnen een bepaalde groep moet worden gezocht. Daarnaast moet het belangrijk zijn te voorkomen dat leden van die groep elkaar informeren of op een andere manier beïnvloeden (blijkt ook uit Kamerstukken II 1999/2000, 26271, 6, p. 6, en 9, p. 9).
zwaarwegende redenenniet expliciet in dat proces-verbaal zijn benoemd, maakt niet dat sprake is van een schending van artikel 152 Sv Pro. Daarmee stelt de raadsvrouw een eis die het Wetboek van Strafvordering niet kent.
4.Waardering van het bewijs
het oogmerk om hét (dat wil zeggen het misdrijf) te bedekken. Verdachte moet dus de bedoeling hebben gehad om de opsporing van justitie of politie te (ver)hinderen. De rechtbank moet dan ook beoordelen of verdachte de wil heeft gehad om sporen van het misdrijf te laten verdwijnen en daardoor het onderzoek naar de dood van [slachtoffer] en de opsporing van [naam medeverdachte] te verhinderen.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 120 (honderdtwintig) dagen.
56 (zesenvijftig) dagenvan deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jaarvast.
bewaring voor de rechthebbendevan: