ECLI:NL:RBAMS:2019:8075

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2019
Publicatiedatum
29 oktober 2019
Zaaknummer
13/751676-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 Wetboek van StrafrechtArt. 140 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OpiumwetArt. 5 OLWArt. 6 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor deelneming criminele organisatie en drugshandel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 oktober 2019 de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. De verdachte, tevens houder van de Nederlandse en Surinaamse nationaliteit, werd verdacht van deelneming aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, strafbare feiten volgens Belgisch recht.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze. De dubbele strafbaarheid werd niet nader onderzocht omdat de feiten op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staan. De Belgische autoriteiten gaven een garantie dat, indien de persoon tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze in Nederland zal ondergaan.

Hoewel de overlevering aanvankelijk werd betwist op grond van het feit dat de strafbare feiten deels op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, besloot de rechtbank deze weigeringsgrond te negeren vanwege het belang van een goede rechtsbedeling en het feit dat het onderzoek in België was gestart. Er waren geen aanwijzingen van beslag op telefoons. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: : 13/751676-19
RK nummer: 19/5110
Datum uitspraak:29 oktober 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juli 2019 door
de onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (België)en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]
,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 oktober 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L. Rommy, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij zowel de Nederlandse als de Surinaamse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot aanhouding bij verstek van 10 juli 2019 uitgaande van de onderzoeksrechter bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (België).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon, te weten: GSM-toestel(len).

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1 en 5, te weten:
- 1. Deelneming aan een criminele organisatie
- 5. Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft onder meer de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De Procureur des Konings heeft op 3 september 2019 de volgende garantie gegeven:
" (…)
Op 10-07-2019 schreef onderzoeksrechter Abrath bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste
aanleg Brussel een Europees aanhoudingsbevel uit voor [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag]1991,
van Nederlandse nationaliteit.
Ik neem kennis van uw verzoek tot terugkeergarantie per email van 2 september 2019.
Overeenkomstig artikel 5, §3 van het kaderbesluit 2002/584/]BZ betreffende het Europees
aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u
overgeleverde hogervermelde persoon.
Deze garantie houdt in dat, eens hogervermelde persoon in België onherroepelijk tot een
vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar dit land wordt
overgebracht teneinde deze straf of maatregel daar te ondergaan in overeenstemming met de
bepalingen van het kaderbesluit 2008/909/JBZ."
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
medeplegen opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.

6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW

Het EAB heeft betrekking op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd.
In die situatie staat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW de overlevering niet toe.
Met een beroep op artikel 13, tweede lid, OLW heeft de officier van justitie gevorderd dat wordt afgezien van deze weigeringsgrond. Uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling behoort overlevering aan de Belgische autoriteiten plaats te vinden.
De volgende argumenten zijn aangevoerd:
- het onderzoek heeft een aanvang genomen in België;
- het bewijs bevindt zich in België;
- de medeverdachten worden vervolgd/zijn veroordeeld in België;
- de verdovende middelen zijn om te beginnen in België ingevoerd waardoor met name de rechtsorde in België is geschokt;
Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten heeft zij naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid tot haar vordering kunnen komen. Om die reden moet van bedoelde weigeringsgrond worden afgezien.

7.Beslag

De opgeëiste persoon heeft ter zitting desgevraagd medegedeeld dat er geen telefoons in beslag zijn genomen.
De officier van justitie heeft te kennen gegeven dat geen stukken met betrekking tot beslag voorhanden zijn.
Op de grond dat zich ook geen stukken betreffende eventueel in beslag genomen goederen in het dossier bevinden, zal de rechtbank zich onthouden van het nemen van een beslissing daarover.

8.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

9.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 140 Wetboek van Strafrecht, 2, 10 Opiumwet en 2, 5, 6 en 7 OLW.

10.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (België).
Aldus gedaan door
mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter,
mrs. R. Godthelp en T.B. Trotman, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 29 oktober 2019.
De jongste rechter is buiten staat te tekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.