Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
[naam], te [plaatsnaam]
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 oktober 2019 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De vergunning betrof werkzaamheden in Deelgebied I van een project, bestaande uit het graven en dempen van sloten over een oppervlakte van 15.000 m2.
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de vergunning en vroeg om schorsing totdat op het bezwaar zou zijn beslist. Tijdens de zitting verklaarde de gemachtigde van verzoekster dat de werkzaamheden nagenoeg waren afgerond, met alleen nog het afdekken van de sloten met teelaarde. Dit werd bevestigd door de vertegenwoordiger van het college.
De voorzieningenrechter oordeelde dat omdat de vergunning vrijwel was uitgewerkt, schorsing geen zinvol effect zou hebben. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag en de late indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de vergunning nagenoeg is uitgevoerd en schorsing geen effect heeft.