Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Wrocław(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 oktober 2019 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Wrocław, Polen. De vordering betrof de aanhouding en overlevering van een persoon met de Poolse nationaliteit, geboren in 1985 en woonachtig in Polen. Tijdens de zitting was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar zijn identiteit werd vastgesteld.
Via het Sirene-systeem werd vastgesteld dat de opgeëiste persoon reeds in Polen was aangehouden. Hierdoor was de grondslag voor de vordering van de officier van justitie in Nederland komen te vervallen. Zowel de officier van justitie als de raadsvrouw van de opgeëiste persoon erkenden dit.
De rechtbank verklaarde daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering en stelde vast dat de geschorste overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgeëiste persoon reeds in Polen is aangehouden.