ECLI:NL:RBAMS:2019:7992
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- R.C.J. Hamming
- M.E.A. Nijssen
- Y. Moussaoui
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende onderbouwing
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 oktober 2019 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 2.500,- van verdachte. Deze vordering was gebaseerd op een eerdere veroordeling van verdachte voor medeplegen van diefstal met braak en inklimming.
Tijdens de terechtzitting op 10 oktober 2019 heeft de rechtbank kennisgenomen van de stukken en de standpunten van partijen. De officier van justitie stelde dat het voordeel bestond uit het geldbedrag van € 2.500,- dat uit een kluis was weggenomen.
De rechtbank oordeelde echter dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte over de precieze inhoud van de kluis. De aangifte vermeldde het bedrag, maar dit werd niet ondersteund door andere bewijsstukken. Een foto met rolletjes kleingeld was onvoldoende als bewijs.
Op grond hiervan wees de rechtbank de vordering tot ontneming af, omdat niet kon worden vastgesteld dat het genoemde bedrag daadwerkelijk wederrechtelijk was verkregen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 2.500,- wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.