ECLI:NL:RBAMS:2019:7985
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing dagvaarding consumentenkoop
Eisende partij heeft bij dagvaarding gevorderd dat gedaagde, een consument, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 203,01. Gedaagde is niet verschenen en heeft niet gereageerd, waardoor verstek is verleend.
De dagvaarding voldeed echter niet aan de formele eisen van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro, omdat niet volledig en naar waarheid de voor de beslissing van belang zijnde feiten waren aangevoerd. Zo ontbrak onder meer een onderbouwing dat aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen was voldaan en waren de overeenkomst en algemene voorwaarden niet overgelegd.
Eisende partij kreeg bij tussenvonnis de gelegenheid om dit te herstellen door een informatieformulier in te vullen en aanvullende stukken te overleggen. De ingediende akte en producties bleken echter onvoldoende om aan de wettelijke vereisten te voldoen.
De kantonrechter oordeelde daarom dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en wees deze af. Eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de dagvaarding.