Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
het dossier)
[naam dochter] , geboren op [geboortedatum] , van wie hij weet dat deze jonger was dan zestien jaar.
6.De strafbaarheid van de feiten
8.Motivering van de straf en de maatregelen
17 juni 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
€ 20.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
vijf jaren.
ter beschikkingwordt
gestelden beveelt dat hij
van overheidswegewordt
verpleegd.
de verplichting op ten behoeve van [naam ex partner] , € 12.500 (twaalfduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 1 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door
hechtenis van 1 dagvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.