ECLI:NL:RBAMS:2019:7745
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid aan handel in verdovende middelen wegens ontbreken dubbele opzet
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplichtigheid aan de handel in verdovende middelen door als snorder op te treden, een woning te regelen en telecomabonnementen op zijn naam te laten zetten. Het onderzoek startte naar aanleiding van tips over drugshandel vanuit een woning in Amsterdam en betrof meerdere medeverdachten.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de voorbereidingshandelingen maar bewezenverklaring van medeplichtigheid aan de handel zelf. De verdediging stelde dat verdachte slechts beperkte handelingen verrichtte zonder opzet op het strafbare feit.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte als snorder fungeerde en contacten had met betrokkenen, onvoldoende bewijs bestond dat hij wist en wilde bijdragen aan de drugshandel. Het enkel vervoeren van een medeverdachte met cocaïne en het afsluiten van abonnementen op zijn naam waren onvoldoende om het vereiste dubbele opzet aan te nemen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werden in beslag genomen goederen deels aan verdachte teruggegeven en geldbedragen in bewaring gesteld voor de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het vereiste dubbele opzet bij medeplichtigheid aan drugshandel.