ECLI:NL:RBAMS:2019:7685

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 september 2019
Publicatiedatum
16 oktober 2019
Zaaknummer
13/751752-19
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens ontbreken van onvoorwaardelijke verzetgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 september 2019 de vordering tot overlevering van een Poolse staatsburger op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Poznan. De opgeëiste persoon werd gezocht voor het ondergaan van een vrijheidsstraf van zes maanden die was opgelegd bij vonnis van 28 februari 2017.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon juist was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. De rechtbank onderzocht de grondslag van het EAB en constateerde dat de opgeëiste persoon niet persoonlijk was verschenen bij de zitting in Polen die tot het vonnis leidde. Hoewel de dagvaarding volgens het Poolse recht op juiste wijze was betekend, was niet ondubbelzinnig vastgesteld dat de opgeëiste persoon zelf de dagvaarding had ontvangen en op de hoogte was van tijdstip en plaats van de behandeling.

Op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) moet overlevering worden geweigerd indien niet is voldaan aan de voorwaarden omtrent kennisgeving en verzet. De rechtbank concludeerde dat geen onvoorwaardelijke verzetgarantie was verstrekt door de uitvaardigende autoriteit, ondanks verzoeken daartoe. Hierdoor was de overlevering niet toegestaan en werd de geschorste overleveringsdetentie beëindigd.

De uitspraak is definitief en staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De rechtbank weigerde de overlevering en stelde vast dat de detentie werd beëindigd.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen wegens het ontbreken van een onvoorwaardelijke verzetgarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751752-19
RK nummer: 19/4805
Datum uitspraak: 27 september 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 februari 2019 door de
Regional Court in Poznan(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,
verblijvende op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 27 september 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
judgmentvan de
Poznan District Courtvan
28 februari 2017 (referentie: VIII K 1256/16).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro.
De opgeëiste persoon is niet in persoon verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Hoewel volgens het EAB de dagvaarding naar Pools recht op de juiste wijze is betekend, staat niet op ondubbelzinnige wijze vast dat de opgeëiste persoon de dagvaarding zelf heeft ontvangen en bijgevolg op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van zijn proces, noch dat hij de informatie over het tijdstip en de plaats van zijn proces daadwerkelijk heeft ontvangen (HvJ EU 24 mei 2016, C-108/16 PPU, ECLI:EU:C:2016:346
(Dworzecki),punt 45 en punt 47). Daarom is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 12, aanhef en onder a van de OLW. Verder is niet gebleken dat zich één van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder b en c van de OLW heeft voorgedaan.
Bij e-mail van 14 augustus 2019 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum te Amsterdam de uitvaardigende justitiële autoriteit verzocht een onvoorwaardelijke garantie als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder d, van de OLW te verstrekken. In een brief van 29 augustus 2019 heeft een rechter van de
District Court in Poznanals volgt gereageerd:
‘the only option is to file a motion to reset the date for the judgment appeal, which can be accepted or rejected.’
Hieruit blijkt dat geen onvoorwaardelijke verzetgarantie is of zal worden verstrekt, zodat de overlevering moet worden geweigerd.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

6.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon].
STELT VASTdat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. A.A. Spoel en H.J. Fehmers, rechters,
in tegenwoordigheid van N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2019.
De oudste rechter is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.