AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestaan van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor moord en zware mishandeling
De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 oktober 2019 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland, ingediend door de officier van justitie op grond van artikel 23 vanPro de Overleveringswet (OLW). Het Europees aanhoudingsbevel (EAB) was uitgevaardigd door het Landgericht Frankfurt am Main op 16 juli 2019 en betreft ernstige strafbare feiten zoals moord en zware mishandeling.
Tijdens de openbare zitting van 27 september 2019 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld aan de hand van biometrische gegevens en proces-verbaal, ondanks onduidelijkheid over geboortedatum en geboorteplaats. De rechtbank concludeerde dat de persoon niet de Nederlandse nationaliteit bezit.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 2 OLWPro en dat er geen weigeringsgronden zijn voor overlevering. Gezien de strafrechtelijke aard van de feiten en de strafdreiging van ten minste drie jaar gevangenisstraf, werd de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751674-19
RK nummer: 19/4596
Datum uitspraak: 11 oktober 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 juli 2019 door het Landgericht Frankfurt am Main(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats 1] (Ethiopië) op [geboortedag 1] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [detentieadres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 27 september 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam, en door een tolk in de Amhaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat zijn naam klopt maar dat hij op [geboortedag 2] 1986 is geboren in [geboorteplaats 2] (Eritrea). De rechtbank heeft aan de hand van het dossier, de daarin aanwezige ID-staat met foto en een proces-verbaal waaruit blijkt dat de biometrische gegevens van de opgeëiste persoon zijn gecheckt, vastgesteld dat de persoon die is verschenen de opgeëiste persoon is en dat hij de Eritrese (dan wel de Ethiopische), in elk geval niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een pre trial warrant of arrest,uitgevaardigd op 11 september 2017 door het Landgericht Frankfurt am Main.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten die vallen onder nummer 14 op de lijst van bijlage 1 bij de OLW, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.
5.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.
6.Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan het Landgericht Frankfurt am Main(Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. A.A. Spoel en H.J. Fehmers, rechters,
in tegenwoordigheid van N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 11 oktober 2019.
De oudste rechter is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.