De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 oktober 2019 een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België, gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen – afdeling Charleroi. Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar betrokkenheid bij meerdere cannabisplantages in België.
De verdediging voerde aan dat de feitsomschrijving in het EAB onvoldoende concreet was, met onbepaalde data en onduidelijkheid over de betrokkenheid van de opgeëiste persoon. De officier van justitie stelde dat de omschrijving genoegzaam was en het specialiteitsbeginsel gewaarborgd.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende duidelijkheid verschaft over de aard van de verdenking, de periode en de locaties van de plantages, en dat de opgeëiste persoon duidelijk weet waarvoor hij wordt overgeleverd. De rechtbank verwierp het verweer van de raadsman en stelde vast dat het feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees erop dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.