Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een alcoholmeting van 695 µg/l op 19 juli 2019, waarbij het rijbewijs werd ingevorderd en voor zes maanden werd ingehouden. Klager voert aan dat hij het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als ZZP-timmerman en glazenzetter, waarbij hij op diverse locaties materialen en gereedschappen moet vervoeren. Alternatieve vervoermiddelen zijn praktisch niet haalbaar.
De officier van justitie verzet zich tegen onmiddellijke teruggave vanwege het vermoeden van een onvoorwaardelijke ontzegging bij veroordeling, maar acht teruggave per 1 oktober 2019 redelijk. De rechtbank oordeelt dat de inhouding rechtmatig is vanwege het hoge alcoholgehalte en het algemeen belang van verkeersveiligheid. Echter, gelet op de persoonlijke omstandigheden en de korte duur van de inhouding, beveelt de rechtbank de teruggave van het rijbewijs per 1 oktober 2019.
De rechtbank benadrukt dat de strafrechter later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging kan opleggen die langer duurt dan de inhouding. Het klaagschrift wordt gegrond verklaard voor zover de inhouding na 1 oktober 2019 voortduurt. Klager kan tegen deze beschikking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.