ECLI:NL:RBAMS:2019:7217

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2019
Publicatiedatum
1 oktober 2019
Zaaknummer
RK 19/3781
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen toepassing vervangende hechtenis na niet-verrichting taakstraf ongegrond verklaard

De politierechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 1 augustus 2019 uitspraak gedaan in het bezwaarschrift van de veroordeelde tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om vervangende hechtenis toe te passen wegens het niet naar behoren verrichten van een opgelegde taakstraf van 40 uur. De taakstraf was eerder opgelegd bij vonnis van 9 juli 2018 en het vonnis was onherroepelijk.

De veroordeelde had verzocht om alsnog de gelegenheid te krijgen de taakstraf te voltooien, waarbij zijn raadsvrouw toelichtte dat persoonlijke omstandigheden zoals het verlies van zijn woning, het opzetten van een eigen bedrijf en het overlijden van zijn opa tot verkeerde prioriteiten hadden geleid. Het reclasseringsrapport en de officier van justitie stelden echter dat de veroordeelde geen medewerking had verleend en dat er geen afspraken tot taakverrichting waren nagekomen.

De politierechter oordeelde dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren had verricht en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die toepassing van vervangende hechtenis onbillijk zouden maken. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van het Openbaar Ministerie gehandhaafd.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de toepassing van vervangende hechtenis wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/706311-17
RK: 19/3781
Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 22g, derde lid van het Wetboek van Strafrecht van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] / [adres 2] ,
thans gedetineerd in het [detentieadres] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw, mr. N. el Farougui, [adres 3] ,
hierna te noemen: de veroordeelde.

Procesgang

De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 9 juli 2018 de veroordeelde een taakstraf van 40 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 20 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 19 april 2019 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 28 mei 2019 aan de veroordeelde betekend.
Het bezwaarschrift is op 26 juni 2019 op de griffie van deze rechtbank ingediend.

Inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt (het restant van) zijn taakstraf alsnog te verrichten.

Beoordeling

De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het hiervoor genoemde vonnis;
  • het rapport van Reclassering Nederland, ressort Amsterdam, van 10 april 2019, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;
  • de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;
  • het bezwaarschrift van de veroordeelde.
De politierechter heeft op de openbare terechtzitting van 1 augustus 2019 de officier van justitie en de (gemachtigd) raadsvrouw van veroordeelde gehoord.
Veroordeelde heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting te worden gehoord.
De raadsvrouw van veroordeelde heeft kort samengevat het volgende aangevoerd.
Veroordeelde erkent dat hij meermalen niet op afspraken is verschenen. Hij had namelijk erg veel aan zijn hoofd. Hij was bezig om zijn leven op de rit te krijgen en ging weer naar school, maar toen werd hij uit zijn woning bij [woonstichting] gezet omdat er geen hulptraject meer liep. Veroordeelde moest daarop weer thuis gaan wonen, maar moest toen ook inkomsten genereren waarop hij een eigen (koeriers)bedrijf heeft opgezet. Vervolgens werd zijn opa, die een opvoedende rol in het leven van veroordeelde had, ziek en overleed. Dit alles werd veroordeelde te veel, waarop hij verkeerde prioriteiten heeft gesteld. Gelet op het voorgaande wordt verzocht hem nogmaals een kans te geven de taakstraf alsnog te verrichten.
De officier van justitie heeft gevorderd het bezwaarschrift ongegrond te verklaren. In de beschrijving van het reclasseringsrapport wordt weliswaar voornamelijk op andere werkstraffen in gegaan, maar gelet op het feit dat onderhavige zaak ook wordt genoemd, en wordt aangegeven dat deze zaak bij de andere zaken als één geheel wordt gevoegd, dient te worden geoordeeld dat de contacten met de reclassering - ook in deze zaak - niet hebben geleid tot het verrichten van enig uur en dat het kennelijk niet mogelijk is om met veroordeelde tot enige afspraak te komen. Gevorderd is dan ook het bezwaar ongegrond te verklaren. Bovendien is onvoldoende onderbouwd waarom veroordeelde een herkansing zou moeten krijgen en deze nu wel tot een geslaagde taakstraf zouden moeten leiden.
De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.
De politierechter overweegt het volgende. Artikel 22g, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht houdt in dat als de tot een taakstraf veroordeelde niet begint met de taakstraf, geen medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit of het Openbaar Ministerie van oordeel is dat de veroordeelde de opgelegde taakstraf niet naar behoren verricht of heeft verricht, vervangende hechtenis
wordttoegepast, tenzij dit wegens uitzonderlijke omstandigheden die zich na het opleggen van de taakstraf hebben voorgedaan, zou leiden tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard.
De politierechter is van oordeel op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting dat de veroordeelde de opgelegde taakstraf niet naar behoren (heeft) verricht en dat zich geen uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan die maken dat het toepassen van de vervangende hechtenis leidt tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard.
De politierechter is van oordeel dat de veroordeelde (bij monde van zijn raadsvrouw) het gestelde in het rapport van de reclassering geenszins heeft kunnen ontkrachten. De politierechter ziet daarom geen aanleiding het bezwaarschrift gegrond te verklaren.
Het bezwaarschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

BESLISSING

De politierechter verklaart het bezwaarschrift ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door
mr. C.M. Degenaar, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. M.H. Ettema, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 augustus 2019.