Uitspraak
1.[eiser 1]
2. [eiser 2]
- oorspronkelijke dagvaarding van 11 december 2018 met producties;
- verstekvonnis van 21 januari 2019, CV EXPL 18-28855;
- dagvaarding in verzet van 16 april 2019, met producties, tevens eis in reconventie;
- akte overlegging producties, tevens vermeerdering van eis in reconventie;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
in conventie:a. het verzet tegen het verstekvonnis van 2 januari 2019 gegrond te verklaren;
c. voor recht te verklaren dat [eiser 1] c.s. per 1 juli 2018 drie maanden huur vooruit hadden betaald;
3.In conventie[verweerder] heeft bij conclusie van antwoord zijn oorspronkelijke eis gewijzigd. Primair vordert hij betaling van de huurachterstand van € 1.500,00 alsmede de ontbinding en ontruiming van het gehuurde en buitengerechtelijke kosten van € 225,00. Subsidiair verzoekt [verweerder] het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde zal eindigen, met ontruiming van het gehuurde.
Daarnaast heeft [verweerder] [eiser 1] een redelijk aanbod gedaan, dat hij niet heeft geaccepteerd. Ook gedraagt [eiser 1] zich niet als een goed huurder door ongefundeerde beschuldigingen te uiten. Daarom vordert [verweerder] nu beëindiging van de huurovereenkomst.
Van misbruik van recht is geen sprake. Het verstekvonnis was uitvoerbaar bij voorraad, dus [verweerder] mocht opdracht geven tot executie. Het aankondigen of aanhangig maken van een executiekort-geding heeft geen schorsende werking. Verder betwist [verweerder] de hoogte van de gevorderde schadevergoeding.
[verweerder] heeft [eiser 1] c.s. in januari 2019 gedagvaard. Dat is geen misbruik van recht, omdat [verweerder] al zes maanden geen huur van [eiser 1] had ontvangen. De discussie tussen partijen over de vraag of [eiser 1] wel of niet wist op welk rekeningnummer hij moest betalen, maakt dat niet anders.
Op grond van dat verstekvonnis mocht [verweerder] het gehuurde ontruimen. Tijdens de ontruiming op 3 april 2019 hebben [eiser 1] c.s. het verstekvonnis persoonlijk ontvangen. Zij hebben direct aan de eerste deurwaarder € 2.250,00 (negen maanden huur) betaald en aangekondigd een executiekort-geding aanhangig te maken. De met inachtneming van de verhinderdata van beide partijen geplande datum, 24 april 2019, is aan de advocaat van [verweerder] medegedeeld. Deze twee omstandigheden, die ná het verstekvonnis zijn voorgevallen, maken de onverwijlde tenuitvoerlegging van het verstekvonnis onaanvaardbaar. Door toch aan de tweede deurwaarder opdracht te geven om opnieuw tot ontruiming over te gaan, heeft [verweerder] misbruik van recht gemaakt, ook al was de dagvaarding voor het executiekort-geding op 10 april 2019 nog niet betekend.