Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- de vordering van de officier van justitie van 7 februari 2019;
- het reclasseringsadvies van 26 november 2018;
- het v.i.-advies van 31 december 2018.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 februari 2019 de vordering van het Openbaar Ministerie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde, die een gevangenisstraf van 24 maanden uitzit. Het OM vorderde uitstel vanwege meerdere disciplinaire incidenten en het ontbreken van passende woonruimte, wat een risico zou vormen voor de samenleving.
De veroordeelde en zijn raadsman verzetten zich tegen het uitstel en benadrukten het belang van tijdige vrijlating met begeleiding om recidive te voorkomen. Een reclasseringsdeskundige en begeleider gaven aan dat er mogelijkheden zijn voor woonvoorzieningen, maar dat plaatsing mogelijk maanden kan duren. De veroordeelde toonde bereidheid tot begeleiding en er was nachtopvang geregeld.
De rechtbank constateerde dat ondanks eerdere uitstel wegens disciplinaire problemen, de wettelijke gronden voor uitstel niet langer aanwezig zijn. Gezien het naderende einde van de straf en de bereidheid tot begeleiding, achtte de rechtbank uitstel niet gerechtvaardigd. De vordering tot uitstel werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling af.