ECLI:NL:RBAMS:2019:7178
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot matiging uurtarief vergoeding raadsman na onvoorwaardelijk sepot
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor haar raadsvrouw na onvoorwaardelijk sepot van de strafzaak. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en ontvankelijk was.
De rechtbank nam de omvang en complexiteit van het dossier in aanmerking, evenals de door de raadsvrouw gemaakte uren, inclusief overleg met medeverdachten. Hoewel de zaak omvangrijk was, bleek geen sprake van specialistische of zeer complexe problematiek die een hoger uurtarief zou rechtvaardigen.
Daarom matigde de rechtbank het gevraagde uurtarief tot een maximum van €250 per uur. Tevens werd een standaardvergoeding toegekend voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Het verzoek tot vergoeding werd grotendeels toegewezen, met een totaalbedrag van €28.815,64.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding raadsman wordt toegewezen met matiging van het uurtarief tot €250 per uur.