Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het verzoekschrift
- De stukken zijn in etappes aangeleverd, zodat op meerdere momenten dossieronderzoek noodzakelijk was;
- De raadsman heeft verzoekster bijgestaan bij het verhoor op 27 oktober 2016 en diende zich daarvoor op relevante, mogelijk ook al door mr. Meijers gelezen, onderdelen van het dossier in te lezen;
- Er heeft meermalen overleg tussen mr. Meijers en de raadsman plaatsgevonden. Deze interne besprekingen zijn alleen door mr. Meijers gedeclareerd;
- Voorts is ten aanzien van diverse posten op de declaraties in raadkamer aangegeven dat het deze raadsman niet bekend is waar deze op zien (declaratie 2 mei 2017, de mails met onderwerpen ‘[verzoekster]’ en ‘verklaringen [naam]’ aan mr. Slewe, declaraties met de omschrijvingen ‘overige werkzaamheden’ en ‘ontwerp schriftelijke stukken’’)
- Voor zover beide raadslieden bij overleg met de raadslieden van de medeverdachten betrokken waren, staat het de raadsman niet meer bij of hij deze kosten ook heeft gedeclareerd, vermoedelijk hebben beiden éénmaal de helft gedeclareerd. Dit overleg was noodzakelijk en zinvol, zodat deze kosten ook voor vergoeding in aanmerking komen.
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
- mr. Slewe: € 4.992,00 + 21% BTW ad € 1.048,32 = € 6.040,32
- mr. Meijers: € 30.713,00 + 21% BTW ad € 6.449,73 = € 37.162,73