ECLI:NL:RBAMS:2019:7134

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 september 2019
Publicatiedatum
27 september 2019
Zaaknummer
C/13/672278 HA RK 19/321
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van rechters niet-ontvankelijk verklaard na afwijzing wrakingsverzoek

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer die haar eerdere wrakingsverzoek hadden afgewezen. Dit verzoek werd ingediend nadat de rechters al uitspraak hadden gedaan op het eerdere wrakingsverzoek.

De wrakingskamer stelde vast dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen rechters die een zaak nog in behandeling hebben. Omdat de rechters het eerdere wrakingsverzoek reeds hadden afgewezen en de zaak daarmee was afgesloten, was het nieuwe wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.

Verzoekster had tevens aangegeven het niet eens te zijn met de beslissing en wilde dat het wrakingsverzoek door een andere rechtbank werd behandeld. Dit was echter niet mogelijk omdat het wrakingsverzoek niet meer in behandeling was. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk.

Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard omdat het werd ingediend nadat de rechters het eerdere verzoek hadden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het schriftelijk gedane en onder zaak- en rekestnummer C/13/672278 HA RK 19/321 ingeschreven verzoek van:
[verzoekster]
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
welk verzoek strekt tot wraking van de leden van de wrakingskamer bestaande uit mrs. P.B. Martens, voorzitter, O.J. van Leeuwen en W.M. de Vries, leden, rechters te Amsterdam, hierna te noemen de rechters.

1.Verloop van de procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van:
het door verzoekster op 7 september 2019 om 09:55 bij de wrakingskamer per e-mail ingediende verzoek tot wraking;
de uitspraak van de rechters van 6 september 2019.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Bij de rechtbank was een wrakingsverzoek van verzoekster aanhangig met zaaknummer C/13/669729 / HA RK 19/252 gericht tegen mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter. De rechters hebben in hun hoedanigheid als lid van de wrakingskamer belast met de behandeling van het wrakingsverzoek van verzoekster bij uitspraak van 6 september 2019 het wrakingsverzoek afgewezen.
2.2.
In artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Verzoekster heeft aangevoerd dat zij het niet met de beslissing van de rechters eens is. Omdat zij nog een zaak heeft lopen bij de rechtbank Amsterdam wil zij het wrakingsverzoek laten behandelen door de rechtbank Haarlem of de rechtbank Den Haag. In die andere zaak zou uitspraak worden gedaan op 26 augustus 2019. Zonder reden is in die zaak bepaald dat op 23 september 2019 uitspraak zal worden gedaan. Het vertrouwen van verzoekster in de rechtspraak is geschaad.
2.5.
De wrakingskamer stelt voorop dat een wrakingsverzoek alleen gericht kan worden tegen de rechter bij wie een zaak in behandeling is. In dit geval hebben de rechters in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer het wrakingsverzoek van verzoekster afgewezen op 6 september 2019. Het hiertegen gerichte verzoek tot wraking van verzoekster is ingediend op 6 september 2019 naar aanleiding van de ontvangst per e-mail van de beslissing van de rechters. Gelet daarop dient het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk te worden afgewezen nu de rechters het wrakingsverzoek van verzoekster niet meer in behandeling hebben.
2.6.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de rechters.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en K.A. Brunner, leden en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.