Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
(vordering tul)(Promis)
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ⅰdie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
zeer kortnadat het eerste (persoonlijke) contact was gelegd met [naam 1] geweldshandelingen op [naam 1] hebben toegepast.
welin grote mate overeenkomt met het uiterlijk van verdachte, die ook zelf heeft verklaard dat de overval door drie mannen (waaronder verdachte zelf) zou worden gepleegd. Bovendien zou NN2 ten tijde van het delict een zwart petje op hebben gehad. Dit zwarte petje is door [naam 2] op de plaats delict gevonden en hierin is DNA materiaal aangetroffen van verdachte. Op de plaats delict is ook een telefoon aangetroffen die gekoppeld is aan verdachte. Verder heeft [naam 4] verklaard dat verdachte haar heeft verteld dat hij samen met twee anderen een koerier van Drank 020 heeft beroofd, dat hij de koerier heeft geslagen met een fles omdat deze moeilijk deed en dat hij daar zijn telefoon en pet toen is kwijt geraakt. Met betrekking tot deze verklaring van [naam 4] merkt de rechtbank op dat zij in een latere verklaring bij de rechter-commissaris op 11 april 2019 verklaart niet gezegd te hebben dat verdachte aan haar had verteld dat
hijmet de fles op het hoofd van de koerier had geslagen, maar dat een ander dat had gedaan. Niettemin acht de rechtbank de eerdere verklaring van [naam 4] geloofwaardig en betrouwbaar en zal deze gebruiken voor het bewijs, nu deze verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen, zoals hiervoor weergegeven.
4.Strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Beslag
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
11.Beslissing
4 jaren.