ECLI:NL:RBAMS:2019:6846
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor drugs- en wapenbezit in garagebox
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het telen, handelen en vervoeren van 23 liter cocaïne, het voorbereiden en bevorderen van drugshandel door het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen, en het bezit van een pistool met munitie. Verdachte ontkende wetenschap van de drugs en het wapen.
Het Openbaar Ministerie baseerde zich op feiten zoals het grondig schoonmaken van een auto, het verblijf van verdachte in een garagebox waar de goederen lagen, een leugenachtige verklaring en het aantreffen van een document met zijn naam. De verdediging voerde aan dat verdachte pas op de dag van zijn aanhouding in Nederland was aangekomen, geen zicht had op de goederen, en er geen DNA-sporen waren gevonden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de omstandigheden verdacht waren, het bewijs onvoldoende was om wetenschap en aanwezigheid van de drugs en het wapen bij verdachte wettig en overtuigend vast te stellen. De goederen lagen veelal in koffers en dozen, niet direct zichtbaar, en er was geen DNA-bewijs. Ook bleef de rol van een andere persoon onduidelijk omdat deze niet was gehoord.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor wetenschap en bezit van drugs en vuurwapen.