ECLI:NL:RBAMS:2019:6683

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 september 2019
Publicatiedatum
11 september 2019
Zaaknummer
AMS 19/628
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluitingsbevel woning wegens drugs

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester van Amsterdam om zijn woning voor drie maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van drugs. De burgemeester had het besluit genomen op 7 januari 2019 en later op 21 februari 2019 de sluiting opgeheven op basis van nieuwe feiten.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het juiste toetsingskader is gehanteerd en dat er geen sprake is van een zorgrelatie of zodanige afhankelijkheidsverhouding tussen verzoeker en zijn dochter dat het verblijf van de dochter in de EU in gevaar zou komen zonder verblijfsrecht voor verzoeker.

Omdat het verzoek tot voorlopige voorziening niet is ingewilligd en het besluit niet is herroepen, is er geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten of terugbetaling van griffierecht. Het verzoek wordt daarom ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet toegewezen.

De uitspraak is gedaan op 12 september 2019 door de voorzieningenrechter B.C. Langendoen van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het sluitingsbevel wordt afgewezen en de proceskosten worden niet toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/628

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker,

(gemachtigde: [naam] ),
en

de burgemeester van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De voorzieningenrechter heeft op 28 januari 209 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvangen. Dit verzoek hangt samen met een bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 7 januari 2019.
Bij e-mail van 21 februari 2019 en brief van 19 juni 2019 heeft [naam] , advocaat te [plaatsnaam] , het verzoek ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van de proceskosten.
Desgevraagd heeft verweerder op 2 april 2019 een verweerschrift ingediend ter zake het verzoek om vergoeding van de proceskosten.
Verzoeker heeft bij brief van 5 april 2019 op het verweerschrift gereageerd.
Verweerder heeft bij brief van 12 april 2019 een zienswijze ingezonden op de reactie van verzoeker.
Nadat partijen toestemming hebben gegeven om zonder zitting op het verzoek om vergoeding van de proceskosten uitspraak te doen, is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge de artikelen 8:84, vijfde lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het verzoek omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld.
2. Ingevolge artikel 8:82, vierde lid, van de Awb wordt, indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten, dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, het betaalde griffierecht door de griffier terugbetaald. In het vijfde lid is bepaald dat de uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk door het bestuursorgaan wordt vergoed.
3. Verzoeker heeft bij de intrekking van het verzoek verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding. Verzoeker heeft eveneens verzocht om een forfaitaire vergoeding voor de voorbereiding van de zitting van 22 februari 2019.
4. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aan het verzoek om een voorlopige voorziening is tegemoetgekomen. Verweerder heeft daartoe gesteld dat het bestreden besluit niet is herroepen noch is het bezwaarschrift gegrond verklaard. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten komt ook niet voor vergoeding in aanmerking omdat de indiening van het verzoek om een voorlopige voorziening te wijten is aan verzoekers eigen handelen. Het besluit tot opheffing sluiting van 21 februari 2019 is het gevolg van een verzoek van verzoeker tot heropening. Dat zijn twee van elkaar gescheiden trajecten. Verweerder heeft daarbij verwezen naar een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank in een soortgelijke zaak.
Beoordeling
5. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder aan het verzoek om een voorlopige voorziening is tegemoetgekomen. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.
Verweerder heeft op 7 januari 2019 een bevel tot sluiting van de woning van verzoeker voor de duur van drie maanden genomen omdat in de woning (teveel) drugs is aangetroffen. Verzoeker heeft op 28 januari 2019 een verzoek tot heropening ingediend. Bij besluit van
21 februari 2019 heeft verweerder een besluit tot opheffing sluiting genomen.
Verweerder heeft het besluit van 7 januari 2019 niet ingetrokken. Verweerder heeft op basis van nieuwe feiten en omstandigheden, die haar pas na het nemen van het besluit van
7 januari 2019 bekend werden, besloten de sluiting van de woning met ingang van
22 februari 2019 op te heffen.
6. Omdat niet aan het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is tegemoetgekomen bestaat voor terugbetaling of vergoeding van het griffierecht geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 september 2019 door mr. B.C. Langendoen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier,
en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Coll: M.P.O.
D: C