Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser beheert de verhuur van een woning die eigendom is van zijn zus. In 1977 is een vergunning verleend voor het pand waarbij een zelfstandige woning is gevormd bestaande uit het voorhuis op de tweede en derde etage en het achterhuis op de vierde etage.
Naar aanleiding van een melding woonfraude heeft verweerder een huisbezoek uitgevoerd waaruit bleek dat de woning nu aan drie personen wordt verhuurd die allen afhankelijk zijn van voorzieningen buiten hun gehuurde ruimte, wat duidt op onzelfstandige woonruimte. Verweerder legde daarom een bestuurlijke boete op wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte.
Eiser betoogt dat de woning altijd onzelfstandig is geweest en dat de indeling onjuist is vastgesteld. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder mocht uitgaan van de laatst verleende vergunning uit 1977 en dat de huidige situatie inderdaad een omzetting betreft.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens onvergunde omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte wordt ongegrond verklaard.