ECLI:NL:RBAMS:2019:656
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift opheffing derdenbeslag bij investering in cryptovaluta
Klager, een belegger in cryptovaluta, verzocht de rechtbank om opheffing van derdenbeslag en teruggave van een geldbedrag dat was belegd bij een stichting en haar bestuurder, die worden verdacht van oplichting en witwassen. Het beslag was gelegd op bankrekeningen van de stichting en haar bestuurder in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat klager geen belanghebbende is in de zin van artikel 552a Wetboek van Strafvordering, omdat het beslag is gelegd op voorwerpen van de verdachten en klager slechts een schuldeiser is met een persoonlijke vordering. Schuldeisers worden volgens vaste jurisprudentie niet als belanghebbenden aangemerkt, ook niet als hun vordering voortkomt uit misdrijven gepleegd door de beslagene.
De rechtbank nam het standpunt van het Openbaar Ministerie over dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift en dat er onvoldoende geld is om alle gedupeerden volledig schadeloos te stellen. De rechtbank ging niet inhoudelijk in op de klacht en verklaarde klager niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift tot opheffing van derdenbeslag.