ECLI:NL:RBAMS:2019:6514
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorschot op WIA-uitkering wegens ontbreken gewijzigde gezondheidssituatie
Verzoeker heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een verzoek ingediend voor een WIA-uitkering of een voorschot daarop, stellende dat zijn gezondheidssituatie per 4 februari 2019 is verslechterd. Na een eerder besluit en bezwaarprocedure waarbij dit werd afgewezen, heeft verzoeker opnieuw een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 27 augustus 2019 afgewezen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de medische informatie die verzoeker aanleverde, waaronder berichten vanuit Suriname en een brief van de huisarts, onvoldoende concreet en leesbaar was. Tevens was de verzekeringsarts al op de hoogte van de situatie en had deze geadviseerd nader onderzoek te doen. Er was geen nieuwe of overtuigende medische informatie die een toegenomen arbeidsongeschiktheid per 4 februari 2019 of later kon onderbouwen.
Daarnaast werd tijdens de zitting besproken dat verzoeker mogelijk bezwaar had willen maken tegen de intrekking van zijn uitkering per 22 december 2018, maar dit was niet duidelijk of onderbouwd gesteld. De voorzieningenrechter benadrukte dat het enkel stellen van ziekte onvoldoende is; er moet ook inzicht zijn in de arbeidsbeperkingen en mogelijkheden tot werk. Gezien het ontbreken van dergelijke gegevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is bindend, aangezien hoger beroep niet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorschot op de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gewijzigde gezondheidssituatie.