Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bewijs
stealthingezet om de locatie van dit mobiele telefoonnummer vast te stellen. Daaruit is gebleken dat het telefoonnummer gebruik maakte van paallocatie ‘ [adres 2] ’. Die paallocatie bevindt zich nabij de woning van medeverdachte [naam medeverdachte] aan de [adres 3] .
5x25mm) ten laste gelegd. De rechtbank heeft bij de inbeslaggenomen voorwerpen geen patroon van voormeld kaliber aangetroffen, maar wel een patroon van kaliber 7.6
2x25mm. De rechtbank gaat uit van een kennelijke verschrijving in de tenlastelegging en heeft daarom het voorhanden hebben van een patroon van laatstgenoemd kaliber bewezen geacht.
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
first offenderis. Ook heeft hij aangevoerd dat verdachte het vuurwapen in zijn woning op een veilige plek had weggestopt en heeft aangeschaft nadat drie keer bij hem was ingebroken om zich te kunnen verdedigen tegen een inbreker. Hij heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de landelijke oriëntatiepunten en niet met de oriëntatiepunten van de rechtbank Amsterdam voor verboden wapenbezit. De Amsterdamse oriëntatiepunten waren, ten tijde van het begaan van de onderhavige feiten, nog niet gepubliceerd. Toepassing daarvan zou daarom strijd opleveren met het beginsel dat straf wordt opgelegd overeenkomstig de strafbepaling die geldt ten tijde van het plegen van het feit. Bovendien leidt toepassing van de Amsterdamse oriëntatiepunten volgens de raadsman tot rechtsongelijkheid. Tot slot heeft de raadsman de rechtbank – voor zover zijn verweer strekkende tot bewijsuitsluiting zou worden verworpen – verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met het door hem gestelde onherstelbare vormverzuim bij de doorzoeking van de woning.
- Voor het voorhanden hebben van pepperspray (categorie II.6) vermelden de oriëntatiepunten een geldboete van € 290, -.
- Voor het voorhanden hebben van een gasdrukwapen (categorie I.7) – verdachte had twee van dergelijke wapens voorhanden – vermelden de oriëntatiepunten een geldboete van € 550, -.
- Voor het voorhanden hebben van munitie, meer dan 20 patronen (categorie III) – ten aanzien van verdachte acht de rechtbank bewezen dat hij 21 patronen voorhanden had – vermelden de oriëntatiepunten een geldboete vanaf € 340, -.
- Voor het aanwezig hebben van 10-50 gram harddrugs – verdachte had 11,5 gram harddrugs aanwezig, waarbij 1 pil wordt gelijkgesteld aan 0,5 gram – vermelden de oriëntatiepunten een taakstraf van 80 uur.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
[naam verdachte], daarvoor strafbaar.
6 (zes) maanden.
€ 1.500, -(duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 25 dagen.