Uitspraak
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
€ 1.600,- per maand zijn vaste bedragen van toepassing.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie tussen partijen die gezamenlijk zorg dragen voor twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatiebijdrage van de man, met name door rekening te houden met een vermeende dividenduitkering van zijn vennootschap. De man betwistte dit en stelde dat de vennootschap een dividenduitkering niet kon doen vanwege fiscale en financiële beperkingen.
De rechtbank stelde vast dat het eerste kind sinds 25 juni 2018 bij de man woont en bepaalde deze datum als ingangsdatum voor de wijziging. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €670 per maand per kind, met een extra bedrag van €428 voor reiskosten van het tweede kind, welke als bijzondere kosten bij de behoefte werden opgeteld.
De draagkracht van partijen werd berekend aan de hand van hun netto besteedbaar inkomen. De man heeft een bruto jaarsalaris van €66.000 als directeur-grootaandeelhouder, maar de rechtbank achtte het niet aannemelijk dat een dividenduitkering van €100.000 per jaar mogelijk was, mede vanwege de uitkeringstoets en de financiële positie van de vennootschap. Daarom werd alleen het salaris als inkomen meegenomen.
De vrouw heeft een bruto jaarinkomen van €24.050 en woont samen met een nieuwe partner. De rechtbank hield rekening met een zorgkorting van 35% voor het eerste kind en 5% voor het tweede kind. De alimentatiebijdrage werd vastgesteld op €284 per maand door de man voor het eerste kind en €119 per maand door de vrouw voor het tweede kind. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie met ingang van 25 juni 2018 waarbij de man €284 per maand betaalt en de vrouw €119 per maand, en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.