ECLI:NL:RBAMS:2019:6257
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen wegens niet voldoen aan voorwaarden Afsluitingsregeling
Verzoekers, een minderjarig kind en zijn moeder met de Sierre Leonese nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan onder de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden van de regeling, met name dat de moeder ten minste vijf jaar voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd van het kind asiel had moeten aanvragen en het kind vervolgens minimaal vijf jaar in Nederland had moeten verblijven.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die uitzetting zou verbieden totdat op het bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het kind niet aan de voorwaarden voldoet omdat het kind werd geboren na het einde van de asielprocedure van de moeder en niet tijdens de asielprocedure, zoals vereist. De moeder stelde dat het kind wel aan de ratio van het beleid voldoet omdat het kind in asielzoekerscentra heeft verbleven en schade heeft ondervonden, maar dit werd niet als voldoende bijzonder beschouwd om af te wijken van het beleid.
Verder werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro besproken waarbij de belangenafweging tussen het privéleven van het kind en het migratiebeleid werd gemaakt. De rechter vond dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigen. Ook de medische situatie van de moeder, die psychische klachten heeft, gaf geen aanleiding tot afwijking van het besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.