Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 augustus 2019 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster (hierna: [verzoekster] )
[derde-partij], te [plaats] (hierna: [derde-partij] )
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft verzoeken van omwonenden die handhavend wilden optreden tegen werkzaamheden op een bouwterrein voor de Amstelveenlijn vanwege geluidsoverlast en vermeende overtredingen van de Wet milieubeheer en het bestemmingsplan.
De burgemeester van Amstelveen had de handhavingsverzoeken afgewezen omdat het werkterrein valt onder een onherroepelijke omgevingsvergunning en er geluidsontheffingen zijn verleend. De werkzaamheden betreffen onder meer het verwerken van puin en opslag van bouwmaterialen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat toewijzing van de verzoeken verstrekkende gevolgen zou hebben voor het bouwproject en dat alleen bij zwaarwegende belangen of overduidelijke onrechtmatigheid handhaving gerechtvaardigd is. Dit is niet aannemelijk gemaakt. Er is geen sprake van substantiële overtredingen en het project dient het algemeen belang.
De meest overlastgevende werkzaamheden zijn afgerond en na de zomerperiode wordt niet meer in de avonduren gewerkt. De verzoeken worden daarom afgewezen en de besluiten van de burgemeester blijven in stand.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en de werkzaamheden op het bouwterrein mogen doorgaan.