De huurder, een 75-jarige gedetineerde die sinds augustus 2018 in detentie verblijft, huurt sinds 2009 een sociale huurwoning van Ymere. Ymere vorderde ontruiming omdat de huurder de woning niet bewoont en niet als hoofdverblijf gebruikt, wat volgens hen een tekortkoming is. De huurder heeft twee verzoeken tot huisbewaring ingediend, die door Ymere zijn afgewezen wegens een vermeende maximale termijn van één jaar.
De huurder is niet tekortgeschoten in zijn verplichtingen, aangezien hij zijn woning niet aan derden heeft gegeven en zijn zus toezicht houdt. Bovendien is het beleid van Ymere genuanceerder dan gesteld, met mogelijkheden tot verlenging van huisbewaring. De huurder heeft een groot belang bij het behoud van de woning vanwege een faseringstraject waarbij hij vanaf april 2020 weekendverlof krijgt en vanaf oktober 2020 met enkelband permanent kan terugkeren.
De kantonrechter concludeert dat de huurder zijn hoofdverblijf nog in de woning heeft en dat de tekortkoming niet zwaar genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen. De vordering van de huurder tot vergoeding wegens verbouwingen wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Ymere wordt veroordeeld in de proceskosten.