ECLI:NL:RBAMS:2019:5777
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Broekhuis
- J.T. Kruis
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering weigering openbaarmaking douanedocumenten door staatssecretaris
SOMO verzocht de staatssecretaris van Financiën om openbaarmaking van diverse documenten met betrekking tot douanegegevens over de periode 2012-2017, waaronder certificaten van oorsprong en beleidsdocumenten over producten uit de Westelijke Sahara en Marokko. De staatssecretaris wees het verzoek deels toe en deels af, waarbij hij zich beriep op het beroepsgeheim uit de Europese Douanewetgeving (Verordening 952/2013) en de Algemene Douanewet (ADW).
De rechtbank stelt vast dat de Verordening en de ADW lex specialis zijn ten opzichte van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waardoor de staatssecretaris het verzoek tot openbaarmaking van de onder punten 1 en 2 gevraagde gegevens terecht heeft geweigerd. De rechtbank ziet geen reden om de stelling van SOMO te volgen dat de Wob voorrang zou hebben.
Echter, met betrekking tot de weigering van de controleopdracht (punt 4) oordeelt de rechtbank dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit document integraal is geweigerd. De rechtbank wijst erop dat het niet aan de staatssecretaris is om te beoordelen of na het weglakken van geheime gegevens nog inhoud overblijft. Daarom krijgt de staatssecretaris zes weken de tijd om het motiveringsgebrek te herstellen door alsnog te bezien welke informatie openbaar kan worden gemaakt.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en bepaalt dat de staatssecretaris binnen twee weken moet meedelen of hij gebruik maakt van de herstelmogelijkheid. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan wel gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De staatssecretaris krijgt zes weken de gelegenheid om het motiveringsgebrek in de weigering van de controleopdracht te herstellen.