Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De voorwaardelijk opgelegde straf en bijzondere voorwaarden
3.De beoordeling van de vordering
4.De beslissing
dit vonnis mede te ondertekenen.
Rechtbank Amsterdam
Op 11 mei 2018 is de veroordeelde door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met bijzondere voorwaarden, waaronder behandeling voor verslavingsproblematiek en meldplicht bij de reclassering.
Tijdens de proeftijd heeft de veroordeelde zich schuldig gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, waarop de rechtbank op 5 juni 2019 een ISD-maatregel heeft opgelegd. Naar aanleiding hiervan heeft de officier van justitie een vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf ingediend.
De rechtbank heeft deze vordering beoordeeld tijdens de zitting van 22 mei 2019, waarbij ook deskundigen van GGZ Fivoor Haarlem aanwezig waren. Gezien de oplegging van de ISD-maatregel acht de rechtbank het niet passend om de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer te leggen en wijst daarom de vordering af.
De beslissing is uitgesproken door de rechtbank Amsterdam op 5 juni 2019, waarbij de voorzitter en twee rechters aanwezig waren. De oudste rechter was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af vanwege de oplegging van een ISD-maatregel.