ECLI:NL:RBAMS:2019:4909

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
13/650487-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor medeplegen cocaïnebezit en witwassen

De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het bezit van 125 kilogram cocaïne en witwassen van ruim 40.000 euro op 12 oktober 2018. Verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting van 20 juni 2019.

Het Openbaar Ministerie kon geen bewijs leveren dat verdachte wetenschap had van de drugs en het geld in de woning waar deze werden aangetroffen, ondanks dat verdachte in de buurt was gezien op een scooter. De verdediging voerde aan dat er geen aanknopingspunten waren voor betrokkenheid, geen DNA-sporen of getuigenverklaringen, geen sleutel of camerabeelden die verdachte in de woning toonden.

De rechtbank oordeelde dat de tenlastegelegde feiten niet bewezen konden worden verklaard op basis van het dossier. De aanwezigheid van verdachte in de buurt en het bezit van een PGP-telefoon bij aanhouding waren onvoldoende om betrokkenheid aan te tonen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor medeplegen cocaïnebezit en witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/650487-18
Datum uitspraak: 4 juli 2019
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1981,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het [Brp-adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
20 juni 2019. Verdachte was daarbij niet aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. K. Hara, en van wat de gemachtigd raadsman van verdachte, mr. E.G.S. Roethof, naar voren heeft gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is, kort samengevat, tenlastegelegd dat hij zich op 12 oktober 2018 schuldig heeft gemaakt aan
1. het medeplegen van het aanwezig hebben van 125 pakketten van elk ongeveer een kilogram cocaïne en
2. het medeplegen van witwassen van 40.720 euro (primair) dan wel het medeplegen van witwassen uit eigen misdrijf (subsidiair).
De precieze tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Anders dan dat uit onderzoek is gebleken dat verdachte is gezien op een scooter in de buurt van een woning in Amsterdam, waar later 125 kilogram cocaïne en ruim 40 duizend euro is aangetroffen, biedt het dossier geen aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat verdachte wetenschap heeft gehad van de drugs en het geld in die woning. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten.
3.2
Het standpunt van de verdediging
Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken. Het dossier biedt geen aanknopingspunten waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat verdachte betrokken is geweest bij de tenlastegelegde feiten. Hij beschikte niet over een sleutel van de woning en er is geen DNA van verdachte in de woning aangetroffen, er zijn geen buren die over verdachte hebben verklaard, de doorzoeking van de woning van verdachte heeft niets opgeleverd, op camerabeelden is verdachte niet te zien en hij wordt door niemand - ook niet door de medeverdachte - herkend op de van hem getoonde foto.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de tenlastegelegde feiten niet kunnen worden bewezen omdat het dossier daarvoor geen bewijs bevat. De rechtbank kan niet vaststellen of verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de tenlastegelegde feiten. Dat verdachte op 12 oktober 2018 is gezien door zowel de eigenaresse van de woning als de politie, terwijl hij reed op een scooter in de buurt van de desbetreffende woning, dat hij bij zijn aanhouding bleek te beschikken over een PGP-telefoon, en dat die woning werd bewoond door de medeverdachte, die evenals verdachte uit [geboorteland] komt, maakt die conclusie niet anders.
Verdachte wordt dus van feit 1 en feit 2 vrijgesproken.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en E.G.C. Groenendaal, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Janse van Mantgem, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juli 2019.