Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, maar dit beroep later ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan haar tegemoet was gekomen. De rechtbank heeft vervolgens een afzonderlijke uitspraak gedaan over de vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.
De rechtbank stelt vast dat eiseres recht heeft op vergoeding van proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een lichte wegingsfactor van 0,5 is toegepast omdat het geschil uitsluitend betrekking had op het uitblijven van betaling van proceskosten en wettelijke rente. Daarnaast is verweerder veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente van €4,72 en het reeds betaalde griffierecht van €46,00 aan eiseres.
De uitspraak bevestigt dat bij intrekking van een beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, vergoeding van proceskosten en wettelijke rente mogelijk is. De rechtbank wijst erop dat het verzoek om vergoeding van wettelijke rente procesbelang oplevert en dat de complexiteit vergelijkbaar is met andere procedures over proceskostenvergoedingen.